...
>De slag bij Kijkduin in 1673.
Tijdens de Derde Engelse oorlog werd de vijandelijke vloot op 2 augustus 1673 voor de kust
van Holland gesignaleerd. Prins Willem III belegde op 12 augustus op het vlaggeschip van
de Ruyter een krijgsraad. De geallieerde vloot bestond evenals de Hollandse uit drie
eskaders: de twee Engelse onder Prins Rupert met rode vlag in de top en admiraal Spragge
met blauwe vlag. Het Franse eskader onder admiraal d'Estree voerde een witte vlag. Op 21
augustus 1673 had Admiraal Bankert de voorhoede genomen. De Ruyter voer met zijn eskader
in het midden en admiraal Cornelis Tromp leidde de achterhoede. Bij de geallieerden
zeilden de Fransen in de voorhoede, Ruperts eskader in het centrum en Spragge in de
achterhoede. De zeeslag breidde zich door het grote aantal schepen uit over een breedte
van zo'n 10 kilometer en liep uit op drie afzonderlijke gevechten tussen de voorhoedes,
het centrum en de achterhoedes. Het hevigst was de strijd tegenover de kust van Kijkduin
bij Huisduinen (Den Helder) tussen het blauwe eskadron van Spragge en de Hollanders onder
bevel van Tromp. Zij beschoten elkaar meer dan drie uur. In deze " Slag bij
Kijkduin" bleken de Hollandse kanonnen in het algemeen superieur te zijn aan die van
hun tegenstanders. De Hollanders behaalden de overwinning.

...
>De Bataafse Republiek 1795-1806
Nadat Prins Willem op 18 januari 1795 was uitgeweken naar Engeland voltrok zich de
Bataafse omwenteling. Het Engels-Russisch verdrag van 22 juni 1799 had tot doel; de Franse
overheersers uit de Nederlanden te verdrijven en het erfstadhoudersschap in ere te
herstellen

...
>Landing van de Engelsen en Russen in 1799.
In 1799 legden de Engelsen en de Russen een strategische fout van de eerste orde bloot.
Het Marsdiep en zijn vaargeulen werden met geschut verdedigd, maar aan de zuidzijde van
het dorp Helder was geen enkel verdedigingswerk aanwezig. Een vijandelijke landing op de
Hollandse kust werd door de aanwezigheid van moerassen onmogelijk geacht. Ten onrechte! Op
27 augustus 1799 's morgens om vier uur landde de Engelse invasiemacht, onder Sir R.
Abercombey, tussen Huisduinen en de Groote Keet. De machteloze verdedigers konden niet
veel meer doen dan de kanonnen "vernagelen"( onbruikbaar maken) en vluchten. De
bezetting die volgde duurde maar enkele maanden. Tijdens deze bezetting werd begonnen met
het tekenen en bouwen van een soort verdedigingslinie. De Bataafse troepen, onder leiding
van Generaal Brune, wisten de aanvalslegers na enkele maanden te verslaan waarna op 18
oktober 1799 de Hertog van York de overgave tekende. De verslagen legers werden in de
haven van Den Helder ingescheept om terug te keren naar hun vaderland.

...
>
Het Koninkrijk Holland 1806-1810.
Lodewijk Napoleon werd op 5 juni 1806 uitgeroepen tot Koning van Holland. Op 21 april 1807
bezocht Koning Lodewijk Den Helder. Na dit bezoek werd het ontwerpen van
verdedigingsplannen door Jan Blanken Janszoon voortvarend ter hand genomen. Echter,
gebouwd werd er nog steeds niet. Keizer Napoleon Bonaparte vaardigde bij decreet van
Rambouillet op 9 juli 1810 uit dat Holland door zijn Franse keizerrijk werd geannexeerd.
Op 31 oktober 1811 bepaalde Napoleon dat het Nieuwe Diep een van de drie oorlogshavens in
Holland zou zijn, en op 15 maart 1812 zelfs " een oorlogshaven van de eerste
rang". Onder leiding van Admiraal C.H. VerHuell werden de forten in Den Helder
gebouwd (1812-1814). Nadat in maart 1814 Parijs was gevallen wist VerHuell de Stelling van
Den Helder tot 4 mei voor Napoleon te behouden. Ter herinnering aan zijn goede gezindheid
tegenover de Helderse bevolking werd het plein bij Fort Kijkduin in 1993 naar hem genoemd.

...
>Jan Blanken Janszoon 1755-1838.
Jan Blanken Janszoon werd geboren in Bergambacht op 15 november 1755. Na de bezetting was
het Jan Blanken, de latere Inspecteur-generaal van de Waterstaat, die uitgebreide plannen
maakte en een van de belangrijke ontwerpers van vestingwerken in het begin van de
negentiende eeuw werd. Onder zijn leiding werd in de periode 1812-1822 de Marinewerf
Willemsoord aangelegd. Ook het ontwerp van Het Groot Noordhollands Kanaal (1824) was van
zijn hand. Tussen 1801 en 1811 maakte hij diverse plantekeningen van verdedigingswerken,
te bouwen rond Den Helder, die uiteindelijk in het definitieve ontwerp van 4 maart 1812
terug te vinden zijn.

...
>Napoleon Bonaparte bezoekt in 1811 Den Helder.
Napoleon Bonaparte, geboren op 15 augustus 1769 in Ajaccio op het eiland Corsica, bezocht
van 15 tot 17 oktober 1811 Den Helder. Hij zag met eigen ogen hoe het gesteld was met de
noordelijkste oorlogshaven in zijn Keizerrijk. Hij gaf opdracht tot de bouw van de
verdedigingswerken om Den Helder. Het uiteindelijke ontwerp voor de bouw van deze
fortificaties werd goedgekeurd op 4 maart 1812 door het Commite Central des Fortifications
(Vestingplan H60). De Keizer vernoemde zijn te bouwen forten naar de voor hem gesneuvelde
vertrouwelingen. Zo werd fort Kijkduin eerst fort Morland genoemd naar Kolonel F.L.
Morland die in 1805 sneuvelde in de slag bij Austerlitz. Na zes jaar verbanning stierf
Napoleon op 5 mei 1821 op St. Helena. Twee weken na het bezoek van de Franse keizer werd
bepaald dat uitsluitend Medemblik, Hellevoetsluis en Den Helder als oorlogshaven dienst
zouden doen. Een week na de goedkeuring eiste Napoleon dat er haast werd gemaakt met de
bouwwerkzaamheden aan het Marine-etablissement (de Werf), de forten l'Ecluse (Dirks
Admiraal), Lasalle (Erfprins), Morland (Kijkduin) en een verbindingswal met een gracht (de
Linie). Dat bleek niet mee te vallen want de aanvoer van de bouwmaterialen naar Den Helder
was een zware opgave

...
>Spaanse krijgsgevangenen bouwen aan de forten.
Dertienhonderd boeren en ambachtslieden, meer dan tweeduizend Spaanse krijgsgevangenen en
bedelaars uit de wijde omgeving werden naar Den Helder gehaald. Paarden en karren werden
tot aan Alkmaar in beslag genomen. Als de eigenaar weigerde, werd hij zelf ook bij de
Helderse vesting aan het werk gezet. De gemeente stond voor de onmogelijke taak iedereen
onderdak te bieden. Vervuiling en ziekten bleven niet uit en de doodgraver kreeg het druk.
Zijn werk bleek vaak zinloos. In boze brieven klaagde hij dat kisten werden opgegraven en
tot hutten werden verspijkerd..

...
>Belegering.
Grote delen van de vestingwerken waren gereed toen Admiraal VerHuell in het jaar 1813
besloot om zijn vloot naar het Nieuwe Diep te halen en zich in fort Lassalle (Erfprins)
terug te trekken. Toen de belegering van Den Helder begon bleek de positie van VerHuell
onaantastbaar. Hij verdedigde zijn positie nog, terwijl Napoleon al niet meer aan de macht
was. VerHuell wist toen nog niet dat Keizer Napoleon was verslagen. Pas nadat een Franse
afgezant zich op 29 april 1814 in Den Helder meldde met de officiele bevestiging van de
val van Napoleon en de orders tot ontruiming van Den Helder, achtte hij zich van zijn
plicht ontheven. Op 1 mei 1814 kon overal in Den Helder de Hollandse vlag worden gehesen
en op 4 mei marcheerden vaderlandse troepen de Stelling van Den Helder binnen.

...
>De Frans-Pruisische oorlog. (1870)
De verhouding tussen Frankrijk en Pruisen is sinds 1866 gespannen. In de zomer van 1870
leidt die spanning tot de oorlog die half juli losbarst. Nederland laat, nog voor de
officiele oorlogsverklaring, aan Frankrijk en Pruisen weten neutraal te blijven. Om deze
neutraliteit te kunnen beschermen, mobiliseert de regering op 16 juli 1870 het leger en de
Marine. Op 19 juli komt het bevel de verdedigingswerken in staat van paraatheid te
brengen. Binnen een maand verslaat Pruisen, tot ieders verbazing, de Franse hoofdmacht. De
nieuwe situatie sticht veel verwarring. Pruisen zou nu de handen vrij kunnen hebben voor
een verovering van Holland. De zeemacht wordt in Den Helder geconcentreerd, want daar
verwacht men in geval van vijandelijkheden een aanval van Pruisen. Nederland wordt niet
aangevallen en in september, na de val van Napoleon III gaan de Nederlandse
dienstplichtigen naar huis.

...
>De vestingwet van 1874.
Al tijdens de Frans-Pruisische oorlog klagen de Nederlandse, gemobiliseerde militairen
over de kwaliteit van het verdedigingsapparaat. Er ontbreekt veel materiaal voor
uitrusting van de troepen. Er is niet alleen gebrek aan getrokken kanonnen, paarden en
munitie, maar ook aan beddegoed, schoeisel en drinkwater. Forten en vestingen moeten
tijdens de mobilisatie nog bewapend worden en zelfs verdedigingswallen moeten nog worden
afgemaakt. Door het succes van de Pruisen in de oorlog van 1870 wordt het leger ineens
weer middelpunt van de maatschappij. De Nederlandse militaire top eist geld en
bevoegdheden om het leger te versterken, het aantal officieren uit te breiden, het
vestingstelsel te saneren. Na veel politiek gekrakeel stemt het kabinet er mee in het
leger te versterken en geld uit te trekken voor het vestingstelsel en voor de verhoging
van de soldijen en de pensioenen. Men gaat aan het werk met het concept voor een
vestingwet uit 1871. Met het aannemen van de Vestingwet op 18 april 1874 (Staatsblad 64)
komt er een einde aan een lange periode van politieke onderhandelingen. In deze wet wordt
het vestingstelsel van het Koninkrijk der Nederlanden vastgelegd. Ook de volgorde van
uitvoering van de werken staat in de wet genoemd. De Stelling van Den Helder staat, met
enkele andere werken op de eerste plaats. Jaarlijks worden er gelden gereserveerd bij het
vaststellen van de Rijksbegroting. Het hele plan moest binnen acht jaar zijn voltooid.

...
>Nieuwbouw en verbetering.
Onder minister Weitzel werd op 18 april 1874 "De wet tot regeling en voltooiing van
het vestingstelsel" van kracht. Artikel 1 van deze wet wees Den Helder aan als een
van de negen gebieden die verbeterd en gemoderniseerd moesten worden. In artikel 2 van
dezelfde wet wordt aan de Stelling van Den Helder, samen met de Nieuwe Hollandse
Waterlinie (ged.), de werken tot dekking van rivierovergangen aan Ijssel, Waal en Maas, en
de Stelling van Amsterdam de hoogste prioriteit toegekend. Vanaf 1 januari 1875 gerekend
moesten de genoemde stellingen binnen een periode van acht jaar voltooid zijn. Dit is niet
gebeurd. In 1875 werd de Oostbatterij gesloopt en werd er een bomvrije kazerne gebouwd,
die huisvesting moest bieden aan 1000 man. Drie nieuwe verdedigingswerken stonden in 1877
op het programma, waarvan er uiteindelijk maar een is gebouwd: een kustbatterij " op
de zeedijk ten westen van het Meteorologisch Observatorium". De bouw van het
waterfort "op de Laan", dat gebouwd moest worden op een zandbank ten noorden van
Kaaphoofd, is nooit uitgevoerd. De bouw van het hypermoderne fort Harssens begon in 1880.
De zwaarste kanonnen die ooit in Nederland hebben gestaan ( twee pantserkoepels elk met
twee kanonnen van het kaliber 30.5 cm) vormden hier de bewapening. In 1882 werd het
oorspronkelijke reduit van fort Dirks Admiraal omgebouwd. Op het eilandje ervoor bouwde
men in datzelfde jaar een dubbele caponniere. Andere forten en kustbatterijen werden ook
uitgebreid. In de periode 1901/07 werden scherfvrije onderkomens gebouwd op de Linie en op
de forten Erfprins en Dirks Admiraal. Fort Kijkduin zou in 1913 gemoderniseerd worden. Er
werden in Duitsland twee pantserkoepels, elk met twee kanonnen van 28 cm lang 45, besteld.
Voor deze uitbreiding werd een gedeelte van het fort gesloopt, waarna men met de
werkzaamheden stopte. Ten zuiden van het "oude" fort Kijkduin zou een geheel
nieuw Kijkduin komen. Het bestelde geschut werd op het "miljoenenfort Kijkduin"
niet geplaatst en men stopte in 1920 met de bouw. Eind jaren twintig en in 1939 bouwde men
in de Grafelijkheidsduinen de Batterij Helsdiep. Verder werden de batterijen
"Begraafplaats" en "Vrede en Vrijheid" gebouwd.

...
>De Eerste Wereldoorlog 1914-1918.
Op 31 juli 1914 werd de algehele mobilisatie afgekondigd. De Stelling van Den Helder werd
in paraatheid gebracht. Op de toegangswegen naar de stad werden versperringen aangebracht.
Diverse scholen werden gevorderd en als kazerne ingericht. Ook werden er kanonnen van
afgedankte marineschepen op het zeefront geplaatst. Volgens Koninklijk Besluit van 16
augustus 1916 kreeg de Vlagofficier Commandant der Marine Willemsoord het bevel over de
Stelling Den Helder. Hij werd Stellingcomandant. In de duinen bij fort Kijkduin deed men
experimenten met acht verdedigingswerken van gewapend beton. Op 11 november 1918 werd er
een wapenstilstand gesloten en toen begon ook de demobilisatie. Voor de dienstdoende
militairen was dit het einde van een lange periode van verveling.

...
>De Mobilisatie 1939 en de Tweede Wereldoorlog 1940-1945.
Na twee voormobilisaties werd op 29 augustus 1939 de algemene mobilisatie afgekondigd.
Soldaten van het Regiment Kustartillerie bemanden o.a. fort Kijkduin. Ook het personeel
van de andere kustbatterijen, waaronder Helsdiep, werd ondergebracht in de kazematten van
fort Kijkduin. Comandant Stelling Den Helder schout bij nacht H. Jolles en zijn staf namen
hun intrek in fort Oostbatterij aan de Kanaalweg. Na de capitulatie van Nederland kreeg
Schout bij nacht H. Jolles de opdracht de Stelling van Den Helder op te geven. Met
tegenzin tekende hij op 15 mei 1940 in Sneek de overgave van de Stelling van Den Helder.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers fort Kijkduin als opleidingsschool
voor de Artillerie. Ze bouwden een zware kap van gewapend beton bovenop het fort, waarna
het reduit als "bomvrij" onderkomen diende. In het gebied rond Kijkduin (de
Grafelijkheidsduinen) en in de rest van de stad bouwden zij meer dan 300 bunkers voor hun
Attlantikwal.

...
>Opheffen verdedigingswerken.
De ervaringen in de oorlog, met vooral de dreiging vanuit de lucht, zorgden ervoor dat de
Helderse vestingswerken als achterhaald en waardeloos werden bestempeld. In 1949 werd de
Gemeenschapslinie opgeheven en de Koninklijke Marine nam begin jaren vijftig fort Erfprins
en de Oostbatterij in gebruik als opleidingsschool. Fort Kijkduin en fort Westoever werden
als opslagplaats voor munitie gebruikt. In 1957 besloot men in verband met het aanleggen
van de Nieuwe Haven de bovenbouw van het pantserfort Harssens te slopen. Formeel zijn de
forten Dirks Admiraal, Kijkduin, Westoever, Oostoever en de kustbatterijen Kaaphoofd en
Oostbatterij bij Koninklijk Besluit van 1 november 1958 (staatsblad 503) als vestingswerk
opgeheven. In 1976 werd in verband met de dijkverhoging tot Deltahoogte de unieke
kustbatterij Oostbatterij gesloopt

...
>De toekomst.
>
Dat de geschiedenis van Den Helder steeds meer tot de verbeelding spreekt blijkt wel uit
het oprichten van de Helderse Historische Vereniging in 1988 en de oprichting van de
Stichting Stelling Den Helder in 1989. De Stichting Stelling Den Helder heeft zich tot
doel gesteld, de vanuit historisch en bouwkundig oogpunt van belang zijnde vestingwerken
in en rondom Den Helder te behouden, te restaureren en opnieuw functioneel te maken. De
fortificaties en de verdedigingswerken staan in het middelpunt van de belangstelling. De
Stichting Stelling Den Helder heeft de eerste fase van de restauratie van Fort Kijkduin
afgerond en heeft inmiddels ook het beheer van fort Dirks Admiraal op zich genomen. De op
dit fort aanwezige scherfvrije onderkomens zijn opgeknapt en worden aan buurtbewoners
verhuurd, zodat sociale controle aanwezig is op dit zeer bijzondere fort. Ook fort
Westoever is inmiddels onder beheer van de Stichting Stelling Den Helder.
Vergevorderde plannen liggen al klaar. Het Duitse bunkercomplex aan de rand
van de Grafelijkheidsduinen in Huisduinen, het zogenaamde
Kroontjesbunkercomplex, is ook al onder beheer van de Stichting Stelling Den
Helder.
[home] [zoek] [e-mail] [welkom] [aquarium]
[museum] [restaurant]
[stelling] [actueel]
[feesten] [kids] [antwoord]
[terug naar vorige pagina]


|