>


 

size="3">I
size="3">Fort Kijkduin
size="3">VIII
size="3">Oostbatterij
size="3">II
size="3">Fort Erfprins
size="3">IX
size="3">Batterij Kaaphoofd
size="3">III
size="3">Fort Dirks Admiraal
size="3">X
size="3">Gedekte Gemeenschapslinie
size="3">IV
size="3">Fort Westoever
size="3">XI
size="3">Batterij Louise
size="3">V
size="3">Fort Oostoever
size="3">XII
size="3">Fort Falga
size="3">VI
size="3">Fort Harssens
>XIII 'De Kroontjesbunker'
size="3">VII
size="3">Batterij Wierhoofd

>

size="4">Algemeen.>

In het begin van de 80-jarige oorlog lagen het dorp Huisduinen en het toen nog kleinere Den Helder op het Eiland van Huisduinen. Het toen onbedijkte Koegras was aan de Noordzeezijde begrensd door een strandwal, die bij hoge vloeden overliep. Aan de west- en noordzijden van het Eiland van Huisduinen lag de kustlijn tot 1 tot 1,5 km. meer voorwaarts dan nu. Het tussengelegen gebied moest worden prijsgegeven aan de zee. Het Nieuwe Diep was toen niet meer dan een geul in het wad, die in zuidoostelijke richting teniet liep in het Balgzand. Het Marsdiep en het Vlie waren toen de verbindingen uit de Noordzee naar Amsterdam. De rede van Texel werd geregeld gebruikt door de vele koopvaardij- en oorlogsschepen. Het was de normale verzamelplaats van ‘s Lands vloten bij het uitzeilen. Ter plaatste van de huidige Prins Hendrikpolder was toen open water, zodat de rede meer westelijk lag dan nu mogelijk zou zijn.

In 1574 dreigde een aanval van een Spaanse vloot op ons land. Er was dan ook sprake van de wenselijkheid om een sterkte te maken op Huisduinen en een op Wieringen. In 1575 was sprake van een bestaande schans op Texel en een op Wieringen. Ook in 1579 wordt melding gemaakt van een ‘Fort binnen Texel’. Het betrof de thans nog bestaande Oude Schans. In 1583 bestonden een schans op Huisduinen en een schans ten westen van het Nieuwe Diep. In 1588, het jaar van de Armada, had Mr. Adriaan Anthonisz. bemoeiingen met ‘de schantze’ op Huisduinen.

In 1610 werd de strandwal langs de Noordzeezijde van het Koegras omgewerkt tot een zanddijk (de Oldenbarneveldtsdijk), zodat het eiland van Huisduinen werd verbonden met het vasteland bij Callantsoog. Aan de westzijde van de dijk ontwikkelde zich langzaam een duinstrook: de schorren van het Koegras groeiden aan.

Diverse bronnen vermelden, zonder nadere plaatsaanduiding e.d., schansen en batterijen, aangelegd of verbeterd in 1651, 1654, 1665 en 1672/73 op het eiland van Huisduinen.

Omdat de Rede van Texel niet langer toereikend was, en niet genoegzaam van de wal af kon worden beveiligd met geschut, werd in 1781 (vierde Engelse zee-oorlog) begonnen met het inrichten van het Nieuwe Diep tot oorlogshaven. Ook werden in 1781 op het eiland van Huisduinen drie kustbatterijen aangelegd, bij Barends Kribbing, Kaaphoofd en Kleine Keet. Op Texel werden kustbatterijen aangelegd, waarvan de zwaarste, bij het Horntje, spoedig wegspoelde. De Oude Schans werd opnieuw bewapend.

Waar thans het fort Oostoever ligt, werd in 1791/92 aan het Nieuwe Diep het Nieuwe Werk aangelegd, als kielplaats en werkplaats. Het had een vierhoekige omdijking met schutsluis, waar binnen havenwerken. Het kon worden bereikt per vaartuig, dan wel bij laag water over het Koegras. De in 1781 aangelegde batterijen zullen in 1793 in slechte staat dan wel verstoven zijn geweest. In dat laatste jaar werd, bij Kaaphoofd de batterij, de Princes van Oranje aangelegd, met onder meer 28 kanonnen van 24 pond, en nabij het Nieuwe Diep de kleinere batterij de Erfprinses. Na de revolutie in 1795 werd opnieuw een kustbatterij aangelegd bij het Horntje op Texel. Op het vasteland werden de kustbatterijen Broederschap en Vrijheid, bij Kijkduin, en Gelijkheid, bij Kleine Keet aangelegd. In 1796 werd ter plaatse van de vroegere batterij bij Barends Kribbing van 1781 de batterij de Ondeelbaarheid aangelegd, en nabij de Oude Helder (het oude dorp Den Helder) de batterij de Constitutie, spoedig weer opgeven. Het samenstel van kustbatterijen bij Den Helder bezat als geheel geen landfront.

Het lag aan de zuidzijde praktisch open voor een vijand, indien deze troepen zou ontschepen zuidelijk van Kleine Keet. Een landfront zou ter verdediging meer troepen hebben gevraagd, dan toen in geval van oorlog beschikbaar zouden zijn. Bovendien meenden deskundigen dat ontscheping van troepen op de open kust onwaarschijnlijk was. Begin 1799 werden de kustbatterijen Broederschap, Vrijheid en Gelijkheid opgeheven. Ter elfde ure, toen een Engelse vloot reeds voor onze kust kruiste, werd nog besloten tot het toevoegen van een mortierbatterij aan de batterij de Unie (vroeger de Erfprinses) en tot het maken van een keelsluiting aan de batterijen Kaaphoofd (de Revolutie) en de Unie. Verder tot het aanleggen van enige aardwerken ten behoeve van een landfront, onder andere bij de Vijfsprong die niet tijdig meer voltooid konden worden.

Op 26/27-8-1799 werden de eerste Engelse troepen op de open kust zuidelijk van Kleine Keet ontscheept. Gezien de onverdedigbaarheid van Den Helder aan de landzijde gelastte Daendels de ontruiming. Na vernagelen van de 86 kustvuurmonden wisten onze troepen naar het zuiden te ontkomen, na een moeilijke tocht door het Koegras. De vloot trok terug naar de Zuiderzee, in de Vlieter, en moest spoedig capituleren. De Engelsen en Russen hebben in 1799 veldwerken aangelegd om Den Helder aan de landzijde te kunnen verdedigen.

Na 1799 trok het ontbreken van een landfront te meer de aandacht. In 1803 werd om de Oude Helder een omwalling gelegd, en werden diverse kleinere werkjes aangelegd. Op de omdijking van het Nieuwe Werk werd enig geschut geplaatst. Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 kregen Den Helder en Texel veel aandacht van Napoleon. De Keizer wilde Den Helder tot een oorlogshaven van de eerste rang maken. Er ontstonden omvangrijke plannen. Ook J. Blanken Jzn, Inspecteur-Generaal van de Waterstaat, heeft zich er mee bezig gehouden, in verband met de aanleg van een marine-etablissement en van een kanaal in zuidelijke richting. In 1811/13 werden voornamelijk, geheel of ten dele, verwezenlijkt:

- de forten Lassalle, Morland, Dufalga en l’Ecluse,
- de meest zuidelijke sector van een omwalling van het Marine-Etablissement, en
- een verbindingsgracht tussen de forten Lasalle, l’Ecluse en Dugommier (dit laatste het weinig gewijzigde Nieuwe Werk).

Op Texel werd de Oude Schans verbeterd, en werden een redoute en een lunette aangelegd. Na 1813 bleven het fort Dufalga en het zuidelijk gedeelte omwalling van het Marine-Etablissement buiten onderhoud. In 1817 werd het Koegras bedijkt, tegelijk met de aanleg van het reeds onder Napoleon overwogen scheepvaartkanaal op Amsterdam. In 1819 werd het project uitgebreid, hetgeen leidde tot de aanleg van het Groot Noordhollands Kanaal Het Nieuwe Werk werd in 1824 omgewerkt tot het fort Oostoever; een fort Westoever werd aangelegd langs de verbindingsgracht werd een wal gelegd.

De verbeteringen die daarna, tot 1914, aan de versterkingen van Den Helder zijn uitgevoerd, betroffen b.v. voorzieningen bij het in gebruik nemen van nieuw kustgeschut. Dit was met name nodig in 1870 toen getrokken achterlaadgeschut van 24 cm werd opgesteld ter vervanging van de oude voorladers van 36 pond e.d.
Enkele nieuwe batterijen werden aangelegd. In 1880/84 werd het pantserfort op de Harssens gebouwd. De werken op Texel verloren hun betekenis geheel.
In de militaire geschriften zijn tot +/- 1880 vele beschouwingen gewijd aan het voor en tegen van een fort op de Laan. Het fort op de Laan zou een waterfort zijn geweest op een zandbank noordelijk van Kaaphoofd, midden in het zeegat. Het fort is echter niet gebouwd, omdat de bouw zeer riskant was i.v.m. de geregelde verschuivingen van vaargeulen en zandbanken.

Al in de Eerste Wereldoorlog was de betekenis van het beschikbare kustgeschut achterhaald door de ontwikkeling van de wapentechniek. In 1940 waren bij Den Helder, geheel los van de oude kustversterkingen, batterijen en voormalig scheepsgeschut van 15, 12 en 7 cm opgesteld.

In formele zin werden de laatste van de oude versterkingen als vestingwerk opgeheven door Koninklijk Besluit in 1958.

Terug